zout strooien

Waarom korrelgrootte bij het strooien van zout belangrijk is?

De prestaties van wegenzout worden voor een belangrijk deel bepaald door de korrelgrootte van het zout. Naarmate die korrelgrootte toeneemt is de zoutverdeling op de weg minder gelijkmatig. Van grover zout komt er tijdens het strooien ook meer direct in de bermen terecht. Daarnaast rijdt het verkeer naarmate de korrel groter is ook meer zout van de weg af. Dat leert onafhankelijk onderzoek. Dit artikel beschrijft de bevindingen.

Voor professionals in gladheidbestrijding is het een bekende ervaring: bij preventief natstrooien met steenzout komt er ‘vrij veel’ zout terecht in de bermen en dus minder op het wegdek. Maar wat is ‘vrij veel’ en wat is de waarde van zulke ervaringsgegevens? Vragen genoeg om het gedrag van (steen)zout objectief te testen. Dit gebeurde in een onderzoek dat is uitgevoerd door de provincie Gelderland en waarvoor de provincies Overijssel en Gelderland en Rijkswaterstaat gezamenlijk opdrachtgever waren. De objectiviteit en onafhankelijkheid werden gewaarborgd doordat het Kiwa het onderzoek van begin tot eind begeleidde.

Verschillende situaties

Het onderzoek richtte zich niet alleen op steenzout. Vergelijkenderwijs werd gekeken naar vacuümzout. Bovendien werd het steenzout in drie verschillende fracties getest: ongezeefd met een korrelgrootte tot 3,15 mm en tweemaal in gezeefde vorm met een korrelgrootte van resp. 0,16 tot 0,8 mm en van 0,16 tot 1,6 mm. Het gedrag van het zout werd in twee verschillende fasen bekeken. Eerst direct na de strooiactie, dus zónder invloed van wegverkeer. Daarna werd er opnieuw gestrooid en, nadat een aantal verkeersbewegingen had plaatsgevonden, werd er weer gemeten. De testlocatie was representatief voor een tweestrooksweg (7 m) met aan één kant van de weg een fietspad van 2 m breed (dit noemen we de linkerkant van de weg). Aan de rechterkant van de weg was een 1 m brede strook die fungeerde als berm. Tussen de linker wegkant en het fietspad was een strook van 2 m breed en links van het fietspad een 1 m brede strook die weer fungeerde als berm. Deze opstelling maakte het mogelijk om zoutmetingen te doen op het wegdek, op de bermen en op het fietspad. De testlocatie (20×20 m) was uitgevoerd in dicht asfaltbeton.

Uitvoering van de test

De 7 m brede rijweg werd vanaf de rechter weghelft asymmetrisch gestrooid (5 m links / 2 m rechts) met natzout in een dosering van 8 g/m². Vervolgens werd het strooibeeld vastgesteld. Na schoonspoelen van de testlocatie werd opnieuw en op dezelfde wijze gestrooid. Vervolgens werd de linker weghelft in circa 30 minuten door 160 voertuigen bereden, waarvan 10% vrachtverkeer, met een gemiddelde snelheid van 45 tot 65 km/h. Meteen daarna werd het restant zout op de weg gemeten én het afgewaaide en afgereden zout in de bermen. De proeven op het fietspad verliepen volgens hetzelfde scenario. Eerst werd gestrooid met natzout in een dosering van 8 g/m². Daarna werd het strooibeeld vastgesteld. Vervolgens werd het fietspad opnieuw en op dezelfde wijze gestrooid, vonden de eerder genoemde verkeersbewegingen plaats op de hoofdrijbaan en werd ten slotte het restant zout op het fietspad en het afgewaaide zout gemeten. Wat betreft de doseringen geldt het volgende: 8 g/m² natzout bestaat uit 30% vloeistof en 70% zout. Er wordt dan effectief 5,6 g/m² zout gestrooid plus 0,48 g/m² zout dat in de vloeistof was opgelost.

Condities bewaken

Bij de proeven zijn dus vier verschillende typen zout gebruikt: vacuümzout en drie verschillende fracties steenzout. Uiteraard dienden de testcondities gelijk te zijn. Wat betreft het wegverkeer is steeds dezelfde reeks voertuigen ingezet. Ook de weerscondities waren uniform. De proef is representatief voor een preventieve strooiactie: géén sneeuw of ijs op de weg. Er mocht tijdens de proeven geen neerslag vallen en de windsnelheid diende lager te zijn dan 2 m/s. De weg mocht wel een beetje vochtig, maar niet nat zijn en er mochten ook geen plassen op staan. Voor het meten van het zout werd in alle gevallen de wet wash methode toegepast. Daarbij wordt het zout na toevoeging van spoelwater opgezogen. Na het wegen van de hoeveelheid water plus zout wordt met een concentratiemeter bepaald hoeveel zout er in een wegvak ligt.

Korrelgrootte wegenzout is bepalend

De korrelgrootte van het gebruikte vacuümzout was maximaal 0,8 mm en van het steenzout maximaal 3,15 mm. De korrelgrootte is bepalend voor het zogenoemde doorstuitergedrag van zout en daarmee voor de verdeling van het zout op de weg en het verlies in de berm. Op de weg zelf is er verschil tussen de verdeling van vacuümzout en steenzout. Als gevolg van de kleinere korrelgrootte heeft vacuümzout een gelijkmatiger verdeling, waardoor er meer zout aan de buitenste rand van de weg terechtkomt, zonder dat er te veel zout in de berm belandt. Steenzout heeft door de grotere korrel een minder gelijkmatige verdeling over de weg, waardoor de hoeveelheid zout aan de rand van de weg lager is en in de berm hoger. De hoeveelheid zout die bij het strooien direct in de berm terechtkomt bedraagt bij vacuümzout 7% en bij ongezeefd steenzout 11%. Na het berijden van de linkerweghelft is 14% van het vacuümzout in de bermen verdwenen tegen 27% van het ongezeefde steenzout. Daarnaast toonden de proeven aan dat het wegverkeer géén invloed heeft op de hoeveelheid zout op het fietspad, ongeacht het type zout waarmee de weg gestrooid was. Ten slotte: bij de proeven waarbij steenzout met een kleinere korrelgrootte werd gebruikt, liggen de prestaties van vacuümzout en steenzout dichter bij elkaar. Opnieuw een bewijs dat de korrelgrootte bepalend is voor het gedrag van wegenzout.

Slotconclusie en reacties

De bevindingen spreken voor zich. Er is vergelijkenderwijs gekeken naar het gedrag van vacuümzout en drie typen steenzout. De korrelgrootte van het zout blijkt de bepalende factor te zijn voor de gesignaleerde verschillen in gedrag. Het onderzoeksteam verbindt nadrukkelijk géén conclusies aan zijn bevindingen en zal deze delen met de Programmacommissie Gladheidbestrijding van CROW.

Marktpartijen Eurosalt en AkzoNobel Wegenzout zijn leveranciers van wegenzout. Beide kregen dit artikel voor publicatie ter inzage en gelegenheid om kort te reageren.

Sven Heddes, namens Eurosalt:
‘Hoewel ons niet alle details van het onderzoek bekend zijn, onderschrijven wij dat het volgens dit onderzoek voor de hand ligt om de maximale korrelgrootte voor wegenzout te beperken tot 1,6 mm. Met wegenzout in deze korrelgrootte is significant minder verlies van zout in de bermen gemeten ten opzichte van zout met een korrelgrootte tot 3,15 mm.’

Rolf Breslau, namens AkzoNobel Wegenzout:
‘Toen de provincie Gelderland in 2009 aankondigde om in samenwerking met Rijkswaterstaat en provincie Overijssel strooiproeven te gaan doen om de prestaties van grof zout en fijn zout te vergelijken, was AkzoNobel enthousiast, omdat wij grote waarde hechten aan onafhankelijk en objectief onderzoek. De conclusies van het onderzoek spreken wat AkzoNobel betreft voor zich.’

Het onderzoek is in 2015 uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van Peter Arts en Jan van der Beek, respectievelijk Hoofd Wegendistrict en Projectleider bij de Afdeling Beheer en Onderhoud Wegen van de provincie Gelderland.

Meer informatie over strooien en gladheidbestrijding?

Als u meer informatie wil ontvangen over het strooien en gladheidbestrijding. Neemt u dan contact op via onze contactpagina.